Direct naar de inhoud
Ontdek mijn mogelijkheden
Menu
Regels en subsidies

Heb je een vergunning nodig voor een aanbouw?

Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 inging, staan de regels voor vergunningvrij bouwen op twee plekken: in het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de techniek, en in het omgevingsplan van je gemeente voor de ruimtelijke kant. Hier staan ze samen, zoals ze gelden op 23 september 2026.

Redactie Eerlijke Bouw · Bijgewerkt op · 10 min lezen

Twee toetsen: techniek en ruimte

Voor een aanbouw gelden sinds 2024 twee aparte vragen. De eerste is technisch: is het bouwwerk veilig, gezond en goed geïsoleerd? Die eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en gelden altijd, ook als je geen vergunning nodig hebt. De tweede is ruimtelijk: past de aanbouw op die plek? Die regels staan in het omgevingsplan van de gemeente.

Elke gemeente heeft bij de invoering van de Omgevingswet een standaardset regels gekregen, de zogeheten bruidsschat. Daarin staan de maten voor vergunningvrij bouwen die hieronder worden genoemd. De gemeente mag die regels in haar omgevingsplan wijzigen, schrijft IPLO, het informatiepunt van de overheid. Controleer daarom altijd de Vergunningcheck op het Omgevingsloket of vraag het de gemeente.

De bruidsschat kent twee routes. Voldoet de aanbouw aan de basisvoorwaarden hieronder (art. 22.27), dan heb je geen vergunning nodig, maar moet hij wel passen binnen de regels die in het omgevingsplan uit het oude bestemmingsplan zijn overgenomen. Voldoet hij daarnaast aan de maten uit de tabel (art. 22.36), dan geldt hij van rechtswege als in overeenstemming met het omgevingsplan, ook als dat oude bestemmingsplan strenger was. Die tweede route is de zekerste.

De basisvoorwaarden (bruidsschat, art. 22.27)

Een aanbouw of een uitbreiding van een bestaande aanbouw is ruimtelijk vergunningvrij als hij aan al deze eisen voldoet. Hij moet dan nog wel passen binnen de regels van het omgevingsplan, tenzij hij ook de maten uit de tabel hierna haalt.

  1. Hij staat op de grond.
  2. Hij ligt in het achtererfgebied: het erf achter de lijn die 1 meter achter de voorkant van het hoofdgebouw loopt, evenwijdig aan de straat (Bbl, bijlage begrippen).
  3. Hij staat meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied, zoals een straat, stoep of openbaar pad.
  4. Hij is niet hoger dan 5 meter.
  5. Bij meer dan één bouwlaag ligt het verblijfsgebied alleen op de eerste bouwlaag.
  6. Hij heeft geen dakterras, balkon of andere buitenruimte die niet op de grond ligt.

De maten (bruidsschat, art. 22.36)

Haalt de aanbouw ook deze maten, dan past hij van rechtswege in het omgevingsplan. Ze verschillen voor het deel binnen 4 meter van de oorspronkelijke achtergevel en het deel daarbuiten.

Deel van de aanbouwEis
Binnen 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouwNiet hoger dan 5 m, niet hoger dan 0,3 m boven de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag (de verdiepingsvloer), en niet hoger dan het hoofdgebouw.
Verder dan 4 m, hoger dan 3 mSchuin dak met een dakvoet van hooguit 3 m, dakhelling hooguit 55°, nok hooguit 5 m en ook niet hoger dan (afstand nok tot perceelsgrens × 0,47) + 3 m.
Verder dan 4 mFunctioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw (behalve bij mantelzorg). Is het deel binnen 4 m zonder tussenwand verbonden met het deel daarbuiten, dan moet ook dat deel ondergeschikt zijn (art. 22.37).
Oppervlakte, bebouwingsgebied tot en met 100 m²Alle bijbehorende bouwwerken samen hooguit 50% van het bebouwingsgebied.
Oppervlakte, bebouwingsgebied 100 tot en met 300 m²50 m² plus 20% van het deel boven 100 m².
Oppervlakte, bebouwingsgebied boven 300 m²90 m² plus 10% van het deel boven 300 m², tot hooguit 150 m² in totaal.

Het bebouwingsgebied is het achtererfgebied plus de grond onder het hoofdgebouw, maar zonder de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. Een eerdere aanbouw en een schuur tellen dus mee. Bron: bruidsschat omgevingsplan, geconsolideerde versie van 29 juni 2026.

Rekenvoorbeeld: een rijtjeshuis met een tuin van 6 bij 10 meter

Stel: een tussenwoning met een achtertuin van 6 meter breed en 10 meter diep, zonder eerdere aanbouw. Het bebouwingsgebied is dan 60 m². Omdat dat kleiner is dan 100 m², mag de totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken hooguit 50% zijn: 30 m². Staat er al een schuur van 6 m² achter in de tuin, dan blijft er 24 m² over.

Een aanbouw van 4 meter diep over de volle breedte van 6 meter is 24 m². Die past dus precies, mits hij binnen 4 meter blijft, niet hoger is dan 30 cm boven de verdiepingsvloer en ook de andere eisen haalt. Wil je 5 meter diep bouwen, dan moet het deel voorbij 4 meter lager blijven of een schuin dak krijgen, en kom je samen met de schuur boven de 30 m² uit: dan is een vergunning nodig.

De technische kant: Bbl, bouwmelding en de Wkb

Ook een ruimtelijk vergunningvrije aanbouw moet voldoen aan de technische eisen van het Bbl: constructieve veiligheid, brandveiligheid, isolatie, ventilatie. IPLO zegt het zonder omwegen: een bouwwerk moet altijd voldoen aan het Bbl. Daarnaast noemt het Bbl in artikel 2.25 wanneer een technische vergunning nodig is, onder meer als het bouwwerk niet op de grond staat, hoger is dan 5 meter, een verblijfsgebied heeft op de tweede bouwlaag of hoger, of een dakterras of balkon heeft. Valt de aanbouw daar niet onder, dan is hij technisch vergunningvrij. Volgens IPLO geldt dat ook voor de constructieve wijziging die erbij hoort, zoals de doorbraak in de achtergevel. Een constructeur blijft nodig: vergunningvrij betekent niet dat niemand hoeft te rekenen.

Sinds 2024 geldt voor een deel van de bouwwerken die wél onder artikel 2.25 vallen de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): dan doe je geen vergunningaanvraag voor de techniek, maar een bouwmelding, minstens vier weken voor de start (Bbl art. 2.18), en toetst een onafhankelijke kwaliteitsborger. Het Bbl sluit verbouwen daar uitdrukkelijk van uit (art. 2.17 lid 4). Volgens de Rijksoverheid geldt de Wkb naar verwachting tot en met 2028 alleen voor nieuwbouw van eenvoudige bouwwerken, en IPLO meldt dat de invoering voor verbouwingen voorlopig is uitgesteld. Of jouw aanbouw daaronder valt, is een vraag voor de gemeente; in de praktijk stelt een goede aannemer of constructeur die vraag vóór het ontwerp klaar is.

Als je wél een vergunning nodig hebt

Voldoet de aanbouw niet aan de regels, dan vraag je een omgevingsvergunning aan via het Omgevingsloket. Bij de gewone (reguliere) procedure beslist de gemeente volgens artikel 16.64 van de Omgevingswet binnen acht weken, en mag ze die termijn één keer met hooguit zes weken verlengen. Reken dus op twee tot drieënhalve maand, plus de tijd om tekeningen en een constructieberekening te laten maken.

Een vergunning is geen formaliteit: de gemeente toetst aan het omgevingsplan en kan eisen stellen aan maat, uiterlijk en ligging. Begin dus niet met bouwen voordat het besluit er is.

De buren: burenrecht geldt altijd

Vergunningvrij betekent niet dat de buren niets te zeggen hebben. Volgens artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek mag je zonder toestemming van de buurman binnen twee meter van de erfgrens geen ramen of andere muuropeningen hebben die uitzicht geven op zijn erf. De afstand wordt haaks gemeten vanaf de buitenkant van de muur. Een aanbouw met een raam in de zijgevel, vlak langs de erfgrens, vraagt dus schriftelijke toestemming.

Ook de Rijksoverheid wijst erop dat je bij vergunningvrij bouwen moet voldoen aan het burenrecht. Praat dus vroeg met de buren, zeker bij een rijtjeshuis waar de aanbouw tegen de erfgrens komt.

Stappenplan: mag mijn aanbouw vergunningvrij?

  1. Is de woning een monument of ligt ze in beschermd stadsgezicht?

    Ja: dan heb je vrijwel zeker een vergunning nodig. Nee: ga door.

  2. Ligt de aanbouw in het achtererfgebied, meer dan 1 m van openbaar gebied?

    Een aanbouw aan de zijkant van een hoekwoning, langs de straat, valt hier vaak buiten.

  3. Check hoogte en diepte

    Binnen 4 m: niet hoger dan 5 m en niet meer dan 30 cm boven de verdiepingsvloer. Verder dan 4 m: de extra eisen voor het dak en ondergeschiktheid.

  4. Reken de oppervlakte uit

    Tel alle bijbehorende bouwwerken op het bebouwingsgebied bij elkaar, inclusief schuur en eerdere aanbouw.

  5. Doe de Vergunningcheck en lees het omgevingsplan

    Op het Omgevingsloket. Je gemeente kan afwijkende regels hebben.

  6. Regel de techniek en de buren

    Constructieberekening, Bbl-eisen, en toestemming van de buren als er ramen binnen 2 m van de erfgrens komen.

Twijfel je of jouw aanbouw vergunningvrij kan?

De aanbouwscan van Eerlijke Aanbouwen neemt de vergunningscheck mee, samen met maatvoering en afwerking. Onderdeel van Eerlijke Aannemer.

Doe de aanbouwscan

Veelgestelde vragen

Hoe diep mag een aanbouw zonder vergunning?

Tot 4 meter vanaf de oorspronkelijke achtergevel gelden de gewone hoogte-eisen (hooguit 5 m en hooguit 30 cm boven de verdiepingsvloer). Dieper mag ook, maar dan moet het deel voorbij 4 meter lager blijven of een schuin dak hebben, en blijft de oppervlakteregel gelden.

Mag mijn aanbouw tegen de erfgrens?

Voor het omgevingsplan vaak wel, als de aanbouw in het achtererfgebied ligt. Maar volgens het burenrecht mag je zonder toestemming binnen 2 meter van de erfgrens geen ramen hebben die uitzicht geven op het erf van de buren (BW art. 5:50).

Geldt vergunningvrij ook voor een aanbouw aan de zijkant?

Alleen als dat deel in het achtererfgebied ligt en meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. Bij een hoekwoning met de zijkant aan de straat is dat vaak niet zo.

Hoe lang duurt een vergunningaanvraag?

De gemeente beslist bij de gewone procedure binnen acht weken, en kan dat één keer met hooguit zes weken verlengen (Omgevingswet art. 16.64).

Kan mijn gemeente strengere regels hebben?

Ja. De maten in dit artikel komen uit de bruidsschat, de standaardregels die elke gemeente in 2024 kreeg. Een gemeente mag die in haar omgevingsplan wijzigen. Doe daarom altijd de Vergunningcheck op het Omgevingsloket.

Bronnen

  1. Bruidsschat omgevingsplan, artikelen (geconsolideerde versie 29-06-2026), art. 22.27, 22.28, 22.36–22.38, IPLO. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  2. Besluit bouwwerken leefomgeving, art. 2.17, 2.18, 2.25, 2.27, 2.29 en 2.30, wetten.overheid.nl. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  3. Vergunningvrije bijbehorende bouwwerken, IPLO. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  4. Stappenplan bepaling vergunningvrij bouwen bijbehorende bouwwerken, IPLO. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  5. Vergunningvrij bouwen: van Wabo naar Omgevingswet, IPLO. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  6. Omgevingswet, art. 16.64, wetten.overheid.nl. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  7. Burgerlijk Wetboek Boek 5, art. 5:50, wetten.overheid.nl. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  8. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), IPLO. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  9. Meer toezicht in de bouw via de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Rijksoverheid. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  10. Vergunningvrij bouwen en verbouwen, Rijksoverheid. Geraadpleegd op 23 september 2026.
  11. Vergunningcheck, Omgevingsloket. Geraadpleegd op 23 september 2026.

Liever even overleggen?

Een artikel beantwoordt de algemene vraag. Voor jouw woning kijken we graag mee, zonder verplichting.